Woorden van Jezus: Volg Mij

Woorden van Jezus: Volg Mij

Berichtdoor Henny » Zo 11 Mrt 2018, 08:52


‘De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge, Matth. 8:20.’

Als machthebbende en niet als de Schriftgeleerden, zo sprak Jezus de Messias. Wonderlijk was Zijn onderwijs en krachtig Zijn optreden bij ziekte en demonische gebondenheid. Hij Die spreekt en het is er, legde Zijn hand op de melaatse en de melaatsheid moest wijken, Zijn Woord was genoeg om de knecht van de hoofdman over honderd te genezen en als Hij de koorts bestraft van de schoonmoeder van Petrus, dan staat zij op en kan dienen met een gezond lichaam. Ja allen die tot Hem kwamen vonden genezing van ziekten en bevrijding van de duivelen die hen gebonden hielden. Opdat vervuld zou worden wat door Jesaja de profeet gesproken was: ‘Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen, Jes. 53:4a.’

Was het vreemd dat het gerucht over de wonderdoende Jezus rondging? Was het vreemd dat velen Hem wilden volgen? Hoewel ik geloof dat Zijn kracht ook vandaag nog dezelfde is en dat de zieken ook vandaag nog genezing vinden bij Jezus, geloof ik ook dat als Hij vandaag zou wandelen door onze straten, een grote menigte van mensen Hem zouden volgen. Maar waarom zouden zij Hem volgen? En waarom zouden wij Hem volgen?

De roepstem die vandaag klinkt is: ‘Volg Mij.’ Dat is de roepstem van de Heere Jezus Christus. Hij Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren is, gaf Zijn leven op het vloekhout van Golgotha, opdat wij in Hem het leven zouden vinden. ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:16.’ Waarom zouden wij in Hem het leven zoeken? Dat is een goede vraag en een vraag die maar al te weinig gesteld wordt. Wat is de motivatie om Jezus te zoeken en Hem te volgen als Hij ons roept?

Het is goed dat wij beseffen dat alle mensen gezondigd hebben, dat betekent dat alle mensen overtreders zijn van Gods heilige wil die Hij ons geopenbaard heeft in Zijn geboden. Als wij Zijn geboden onderzoeken dan komen wij erachter dat wij diep van binnen begerig zijn naar dat wat van een ander is. De één is begerig naar het huis van de ander, de ander is begerig naar de vrouw van zijn buurman, de ander misgunt een ander zijn talenten en gaven en zou die graag zelf willen hebben. Zo laat het gebod ons zien dat tevredenheid heel vaak gemist wordt en wij dus overtreders zijn van Gods gebod. Wie van ons kent niet een moment in het leven dat wij iets genomen hebben dat ons niet toekwam? Zomaar een koekje of een snoepje gestolen op een moment dat wij dachten dat niemand ons zag. Zomaar belasting ontdoken door niet alles bekent te maken bij de belasting; ‘Zwart werken brengt toch net iets meer op dan wit werken en de belasting krijgt al genoeg’, zo denken veel mensen maar al te gemakkelijk. Toch leert de Bijbel ons om eerlijk te zijn en de belasting te betalen, zoals ook Jezus dat deed. Geef de keizer wat van de keizer is en geef aan God wat God toekomt. Het gebod van God leert ons om God in alles op de eerste plaats te stellen en Hem te dienen met heel ons hart. Het leert ons om na zes dagen arbeid te rusten op de zevende dag, Zijn Naam niet te misbruiken en onze naasten lief te hebben als onszelf. Kortom, wie van ons kan zeggen dit alles in de praktijk te hebben gebracht met woorden, gedachten en werken? Jakobus leert ons, dat als wij één gebod overtreden, wij dan schuldig zijn aan de overtreding van alle geboden (Jak. 2:10). Juist de overtreding van de geboden laat ons zien dat ons hart opstandig is tegen God en Zijn heilige wil. De zonde maakt een breuk tussen onze hemelse Vader en ons. De mens die in zonde leeft kan niet in gemeenschap met een heilig en rechtvaardig God leven. God moet de zonde straffen en alle mensen die gezondigd hebben liggen daarom onder het oordeel van God en zijn op weg om straks geoordeeld te worden en te eindigen in de poel van vuur. Verschrikkelijk zal het zijn om te vallen in de handen van deze God. Om erachter te komen dat alles buiten God een illusie was, dat Hij werkelijk de God is Die hemel en aarde schiep en dat alle mensen rekenschap zullen moeten afleggen van wat gedaan is, of het nu goed of kwaad is.

Lieve vrienden, het zijn ernstige woorden, maar er is geen andere waarheid dan deze waarheid. Wat een wonder dat nu God in Zijn onbegrijpelijke liefde en goedheid, de zondige mens niet aan zijn of haar lot overlaat maar tot hen is gekomen door Zijn Zoon Jezus Christus te zenden naar deze aarde. Jezus de Messias is gekomen om ons te verkondigen wie de Vader is, hoe wij met Vader opnieuw in gemeenschap kunnen komen en hoe wij moeten wandelen door het geloof tot eer en glorie van God de Vader, door het offer van de Zoon en het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest overtuigt van de zonde, door ons te laten zien dat het ongeloof niets anders is dan vijandschap tegen God en voortkomt uit onze hoogmoedige eigengerechtige wil. De Heilige Geest laat ons zien dat er buiten Jezus geen leven is en dat allen die het leven in Hem zoeken, vergeving van zonden en eeuwig leven ontvangen. Jezus heeft ons gezegd dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is. Door het geloof worden wij van kinderen die gebonden zijn in duisternis, kinderen van God de Vader om te wandelen in het Licht met Jezus. Het geloof stopt met vertrouwen op eigen kracht en inzicht. Het geloof rust in dat wat Christus voor ons deed in Zijn leven, onderwijs, dood en opstanding, om dan in de kracht van Zijn opstanding te wandelen zoals Hij gewandeld heeft.

Deze Jezus roept ons toe: ‘Volg Mij.’ Er was een Schriftgeleerde die Jezus wilde volgen waar Hij ook heen zou gaan. Wat een nobel streven, wat een mooi getuigenis. Of hij Jezus daadwerkelijk heeft gevolgd lezen we niet in de Bijbel, wel lezen we het Woord van Jezus dat Hij tot hem en ons heeft gesproken: ‘De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.’ Met andere woorden, bedenk goed voordat je de keuze maakt om Jezus te volgen, dat het niet eenvoudig zal zijn. Hij Die het leven van ons mensen heeft aangenomen door Zelf een dienstknecht te worden, terwijl Hij God is, verliet de hemelse heerlijkheid om, op deze door de zonde vervloekte aarde, te komen als een hulpeloos kind, gelegd in een kribbe. Voor Hem was geen plaats, geen duur bed in een koninklijk paleis. Vrienden, willen wij Deze Jezus volgen? Volgens Jesaja was Hij veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid, een ieder was als verbergende het aangezicht voor Hem (Jes. 53:3). Willen wij Deze Jezus volgen? O vrienden als wij beseffen dat Hij deze weg van leiden en smart heeft willen gaan om ons te kunnen verlossen van de vloek die op ons rust, te bevrijden van de zonden en terug te brengen bij God onze Vader, zouden wij het dan niet uitroepen: ‘Ja Heere Jezus, U wil ik volgen.’ Al zouden we dan net als Jezus niets hebben waar wij het hoofd op neer kunnen leggen, misschien verstoten van huis en haard, zwervend over deze aarde, gehaat van de mensen en geplaagd van hen van wie wij het niet zouden verwachten, toch is er geen grote vreugde dan het volgen van Jezus. O wat een genade dat Hij ons roept: ‘Volg Mij.’ ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Al hebben we dan niets om ons hoofd op neer te leggen, we mogen rusten op Jezus, het Fundament, de Rots van ons behoud. Zijn genade is voor ons genoeg.

‘Volg Mij.’ Zo roept Jezus, en dat betekent dat we Hem moeten volgen met heel ons hart en heel ons leven. Dat betekent dat we God de Vader, en Zijn aan ons geopenbaarde Woord, zo liefhebben dat we niet anders willen dan daaraan gehoorzamen. Dan volgen we de voetstappen van Jezus en dat is niets anders dan een kruisdragend leven. Naast de Schriftgeleerde horen we een ander zeggen: ‘Heere, laat mij toe, dat ik eerst heenga en mijn vader begrave.’ Het antwoord van de Heere Jezus klinkt: ‘Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven, Matth. 8:21,22.’ Hier was iemand die wel wilde volgen maar eerst nog samen met z’n vader zijn oude dag beleven. Later als vader gestorven zou zijn en begraven, dan zou het de geschikte tijd zijn om Jezus te volgen. Waarom niet nu Jezus volgen, is het leven met de doden dan beter dan het leven met en uit de Bron van alle leven? Lieve vrienden, zolang wij het leven nog niet gevonden hebben in Jezus de Messias, zijn wij dood, blind en ongevoelig voor de heerlijke rijkdommen die in Hem tot ons komen. De verloren zoon die tot zijn vader kwam werd in de armen van zijn vader gesloten en vader roept het uit: ‘Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden, Luk. 15:32.’ In Jezus alleen is het leven te vinden en daarom kan de gelovige, rustend in Christus, zeggen: ‘Ik was blind, maar nu mag ik zien, ja ik was dood maar nu mag ik leven, eeuwig leven.’ Paulus zegt: ‘En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, Ef. 2:1.’ Vrienden, overdenk uw situatie, nog klinkt de roep: ‘Volg Mij.’ Wat is ons antwoord op deze roep? Wat een zegen als wij mogen zeggen; ‘Ik was dood maar nu mag ik leven, want ik was verloren maar ben gevonden. Jezus is alles geworden voor onze ziel.’ Dan is het niet erg als de mensen ons nu verlaten en wij mensen moeten verlaten, want in Jezus geborgen, zien wij uit naar de dag dat wij samen met allen die Hem liefhebben de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen bewonen. Daar zal het eeuwig zijn; ‘Glorie aan God.’ Kom Heere Jezus, ja kom spoedig. Amen.



Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl
Henny
Beheerder
 
Berichten: 16257
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 16:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron