Woorden van Jezus – Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?

Woorden van Jezus – Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?

Berichtdoor Henny » Zo 03 Mrt 2019, 10:30


'Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn. Toen verbood Hij Zijn discipelen, dat zij iemand zeggen zouden, dat Hij was Jezus, de Christus, Matth. 16:13-20.'


Terwijl Jezus met Zijn discipelen optrekt, polst Hij wat de mensen over Hem zeggen. 'Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?' Jezus, de Zoon van God is gekomen als de Zoon des mensen om zichzelf te geven opdat verloren mensen weer aangenomen konden worden tot kinderen van de Allerhoogste God. In de Oud Testamentische tijd, werd Hij als de Zoon des mensen omschreven door Henoch en Daniël. De profeten hebben Hem aangewezen als de Messias van God gezonden om verzoening te brengen. Meer dan tachtig keer wordt Jezus in het Nieuwe Testament omschreven als de Zoon des mensen. Geboren als een hulpeloos kind, groeide Hij op in een gezin met ouders, die net als alle andere mensen, vol gebrek hun weg zijn gegaan. In gehoorzaamheid onderwierp Hij Zich aan Zijn gebrekkige vader en moeder waarvan we weten dat Jozef, hoewel niet Zijn biologische, toch wel zijn aardse vader, een vakman in de bouw was. Al opgroeiende tot de volwassenheid, ontdekte de mensen hoe bijzonder Hij uitblonk in kennis aangaande de dingen van het Koninkrijk der hemelen. Hij ging het gesprek met de geleerden niet uit de weg. Op dertig jarige leeftijd klonk er een stem uit de hemel, "Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik mijn welbehagen heb." De Heilige Geest daalde daar neer op de zojuist gedoopte Jezus, Die door Johannes was aangewezen als het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Na een periode van veertig dagen vasten waarbij Hij de duivel versloeg met het Woord van God, begon Jezus Zijn bediening in het openbaar. Hij verkoos Zich discipelen die Hem volgden. Zijn Woorden, de wonderen en de macht waarmee Hij te werk ging, hadden al menig mens doen zeggen: "Wie is toch deze?" Er zijn er geweest die Hem de Zone Davids noemden, anderen twijfelden of Hij nu wel of niet de Messias was. De farizeeërs en de sadduceeërs deden hun uiterste best om het volk bij Hem weg houden en Hem te vangen.

Dan nu de vraag: "Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen ben?" Het antwoord klinkt: "Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten." Blijkbaar drong het niet tot de mensen door dat Jezus tot hen gekomen was. Dan richt Jezus Zich tot Zijn eigen discipelen: "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?" Hoe denken jullie nu over Mij? Wie ben ik voor jullie? Dan klinkt het heerlijke antwoord uit de mond van Petrus: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods." Met andere woorden, U bent de Messias, de van God gezondene en gezalfde, ja de Zoon van de levende God. Wij weten Wie u bent, wij geloven dat u de Messias bent, waarvan Mozes, David en zovele anderen hebben geprofeteerd.

'En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.' Jezus spreekt Petrus aan met zijn naam; Simon, zoon van Jona en acht hem zalig daar hij van God de Vader geopenbaard heeft gekregen dat Jezus de Christus, de Zoon van God is. Dan vervolgt Jezus: 'En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.'

Petrus, betekent rots of rotsblok en zoals Petrus een standvastig karakter openbaart en getuigt vanuit zijn hart dat Jezus de Messias is, zo zegt Jezus dat op deze petra, deze belijdenis en deze standvastigheid die we zien in Petrus de gemeente van Jezus Christus gebouwd zal worden. De poorten der hel zullen dit niet kunnen overweldigen. Nog even en Petrus zou uitgaan om de Naam van Zijn Heiland te verkondigen onder Jood en later ook onder de heidenen. Hoe de hel ook zou woeden, hoe de machten van de duisternis zich ook zouden openbaren, met de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen in de hand, zou iedere macht die zich tegen de Naam van Jezus zou verheffen, gebonden worden en gebondene, zouden op de prediking van het evangelie tot bevrijding komen. Zoals Jezus de duivelen bestrafte en gebondene bevrijdde, zo zou ook Petrus met de andere discipelen ervaren hoe zij in Christus meer dan overwinnaars waren. Zo mogen wij vandaag in de voetsporen van Jezus, met het gelovig getuigenis dat Petrus getuigde, ervaren hoe de machten der hel moeten wijken op de prediking van de blijde boodschap van redding en genade.

De prediking van het evangelie, gepaard gaand met wonderen en tekenen bewijst machtiger te zijn dan de machten van de duisternis. Satan en zijn demonen moeten wel op de vlucht als Jezus Christus, verkondigd wordt als de in het vlees gekomen Mensenzoon, de Zoon van God, Die zichzelve overgaf tot in de dood en opstond als de Overwinnaar over het rijk van satan, de dood, de hel en het graf. Christus heeft Zijn volgelingen de macht gegeven om de duivelen uit te werpen. Geen van Gods kinderen hoeft de macht van de boze te vrezen, zij die beseffen hoe rijk zij zijn in Christus mogen geloven, dat op het belijden van de naam van Jezus Christus, de satan siddert en beeft. De boze stelt alles in het werk om de gelovige te doen wankelen, maar weet dat de poorten van de hel het eenvoudige geloven en vertrouwen dat Jezus is de Christus, de Zoon van de levende God, nooit zal kunnen overweldigen. Wij mogen als volgelingen van Jezus, net als Petrus belijden dat Jezus de Heere is en dat er in Zijn Naam vergeving van zonden is.

Jezus verbood Zijn discipelen om hierover te spreken, het was nog de tijd niet dat zij het zouden uitbazuinen dat Jezus de Christus was. Het zaad dat gestrooid werd moest ontkiemen. Niet een erkennen vanuit het verstand zou genoeg zijn maar een geloven met het hart, door de overtuiging van de Geest.

Nu we nagedacht hebben over deze bijzondere belijdenis van Petrus, is het goed om ook de vraag aan onszelf voor te leggen: Jezus vraagt vandaag aan u en mij: "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik de Zoon des mensen ben?" Nu kijken we even niet naar de Joden, niet naar de farizeeërs, de discipelen of andere mensen om ons heen. Misschien gaat u al langere tijd naar een kerkelijke gemeente en hoort u getuigenissen over het leven met Jezus van andere gelovigen, maar nu de vraag; hoe denk u over Jezus? Wie is Hij voor u? Misschien hebt u wel een gelovige partner, u ziet in zijn of haar leven hoe dat verbonden is met God, door het geloof in Jezus; maar wie is Hij voor u? Misschijn zie jij het wel in het leven van je vader en moeder of één van beiden. Misschien heb je wel een vriend of vriendin die getuigt van het leven met Jezus, je ziet het in de keuzes die ze maken, je proeft het in de liefde die ze leven, maar nu de vraag: Wie is Jezus voor jou? Hoelang bent u nu al bekend met de boodschap van redding en genade? Hoelang wordt u al opgeroepen door het Woord om uw leven uit handen te geven, u te bekeren en in het geloof tot God te wenden? Merkt u dan niet op hoe iedere dag een Godsgeschenk is, hoe de zon schijnt, eten en drinken, vriendschappen en liefdadigheid uit Vaders hand tot u komen als roepstemmen, die u aansporen om Hem te dienen zoals Hij gediend wil worden? Wie is God voor u? Wie is Jezus voor u? Bent u dan zo blind, wacht u dan echt op een bijzondere roepstem? Besef toch dat de vraag die Jezus u vandaag stelt, vandaag beantwoord moet worden. "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik de Zoon des mensen ben?"

Vrienden, ik hoop en bid dat een ieder die deze overdenking leest, vandaag of morgen de echo van Jezus stem hoort: 'Zalig zijt gij! Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.' Laten wij voor het eerst en steeds opnieuw God de Vader eren door onszelf aan Hem over te geven in het eenvoudige geloven dat Jezus Christus, de Messias voor ons de schuld heeft betaald, de dood heeft overwonnen en gezegend heeft met een onbevattelijke bevrijding en de ingang in het eeuwige leven. Amen.





Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl

Henny
Beheerder
 
Berichten: 17519
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron