De Zoon des mensen zal overgeleverd worden ...

De Zoon des mensen zal overgeleverd worden ...

Berichtdoor Henny » Zo 07 Apr 2019, 09:02


Woorden van Jezus – De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van mensen

'En als zij in Galiléa verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen; En zij zullen Hem doden, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En zij werden zeer bedroefd, Matth. 17:22,23.'

'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' was het heerlijke getuigenis dat geklonken heeft uit de mond van Petrus en waarmee de andere discipelen van harte instemden. Sommigen van hen zouden volgens Jezus niet sterven voordat zij Jezus zouden hebben zien komen in Zijn Koninkrijk. Even later neemt Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee de berg op. Daar in de eenzaamheid, afgezonderd van het rumoer, is Jezus in stille gemeenschap met Zijn Vader. Terwijl Zijn discipelen in slaap vallen, ontmoet Hij Mozes en Elia, die met Hem spreken over het lijden en sterven dat Hem te wachten staat. Als de discipelen wakker worden, zien zij het gezicht van Jezus stralen als de zon en zien ze Zijn schitterend witte kleding, Petrus wil verblijfplaatsen maken voor Jezus, Mozes en Elia maar als een wolk hen overschaduwd en de stem van God uit de wolk klinkt, liggen zij plat op de grond. 'Deze is Mijn geliefde Zoon in Welke Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem!' Jezus wordt hier bevestigd de Zoon van God te zijn, De Messias van God gezonden. Hij, de Weg, de Waarheid en het Leven is gekomen om zondaren terug te brengen in gemeenschap met God de Vader. Alle wegen buiten Hem lopen dood, alle zogenaamde waarheden die niet gerond zijn op Jezus, zullen leugen blijken te zijn, want buiten Hem is er geen leven. Hem te horen, Hem gelovig te volgen is de enige Weg die in Waarheid het Leven is. Jezus raakt Zijn verschrikte discipelen aan en bemoedigt hen op te staan en niet te vrezen. Zij zien niemand dan Jezus alleen en volgen Hem de berg af. Daar ontmoeten zij de andere discipelen, omringd door mensen. Jezus ontmoet de vader van de maanzieke jongen. De radeloze man, die in zijn nood de toevlucht had gezocht bij de discipelen, was teleurgesteld en was in twijfel of Jezus zijn zoon zou kunnen helpen. Maar Jezus, Die alle macht heeft in hemel en op aarde, heeft gezegd, dat als wij geloven, alle dingen mogelijk zijn. De man met zijn kleine geloof, klampte Jezus als het ware vast en smeekte om ontferming en vermeerdering van zijn geloof, en zag hoe Jezus Zijn zoon bevrijdde van de duivelse macht die de jongen al zoveel jaren had gekweld.

Het volk was vol verwondering, ja verslagen in hun harten over de grote daden van God. Wat zij voor onmogelijk hielden, zagen zij voor hun ogen gebeuren op het machtswoord van Jezus. 'Wie is toch Deze?' zal ongetwijfeld geklonken hebben in het geroezemoes van de mensenmenigte. Jezus, wist dat deze verwondering straks zou omslaan in een vervolging. Hij wist dat de woorden: "Kruist hem", de Halleluja's straks zouden overstemmen. Hij wilde Zijn discipelen nogmaals wijzen op dat wat er komen zou. Wat een liefde heeft Hij tot Zijn discipelen. Hij kent hun harten, Hij weet dat hun gedachten nog steeds uitgaan naar een aards Koninkrijk zonder dat zij beseffen dat het Koninkrijk der hemelen alleen door de dood van de Zoon des Mensen heen bevestigd moest worden.

Terwijl zij reizen door Galilea en met elkaar zijn, richt Jezus Zich tot Zijn discipelen. Hij wilde niet dat er anderen bij waren. Wat een Herderlijke zorg, wat een Vaderlijk ontfermen. Hier zien we als het ware een vader die zijn kinderen apart neemt en hen betrekt in zaken die alleen het gezin aangaan. De zaken die besproken worden, zijn zo persoonlijk, zo diepgaand en vertrouwelijk, daar horen geen vreemden bij. Wat een bijzonder voorrecht dat wij vandaag mogen meeluisteren en mogen overdenken wat Jezus daar met de Zijnen deelde. In Lukas 9 vers 44 lezen we: "Leg deze woorden in uw oren." Wij zouden zeggen; "Let op, knoop goed in je oren wat er nu gezegd wordt." Dan klinkt de boodschap: 'De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.'

De Zoon des mensen, dat is Hij, Die jullie nu al zo'n lange tijd, trouw volgen. De Zoon des mensen, dat is Hij Die jullie omschreven hebben als de Messias, de Christus, de Zoon van de levende God. Het is Hij die zoveel wonderen en tekenen heeft gedaan, het is Hij die al zoveel bewondering van het volk heeft ontvangen. Toch zal Hij straks worden overgeleverd in de handen van mensen, om gedood te worden.

Wat een diepte ligt er toch in deze woorden. Hij Die kwam als een Jood onder de Joden zou door Zijn eigen volk worden overgeleverd. Hij Die kwam als de lang beloofde Verlosser, zou als een oproerkraaier worden gedood. Hij die kwam als De Herder tot Zijn schapen, zou als het Lam worden geslacht.

En dat niet als een samenloop van omstandigheden maar behorend tot het volmaakte plan van God om zondaren terug te brengen in gemeenschap met God de Vader. Jezus moest de dood in om doodschuldigen het leven te kunnen geven. Hij moest begraven worden om het graf te heiligen voor allen die Hem zouden liefhebben. Hij moest opstaan uit de dood om voor allen die Hem zouden omhelzen als hun Zaligmaker de dood te overwinnen. Dit alles moest gebeuren om satans kop te vermorzelen en het Koninkrijk der hemelen te bevestigen. Dit alles moest gebeuren opdat wij zouden zien dat Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde en opdat wij door het geloof niet zouden vrezen voor satans macht, want die is verbroken. Jezus heeft alle macht en satan heeft het nakijken. O welk een God is onze God!

Wat een ontzettende waarheid, dat Jezus, de Zoon des mensen, zou vallen in de handen van mensen. De zondige David riep ooit uit: 'Mij is zeer bange; laat mij toch in de hand des HEEREN vallen; want Zijn barmhartigheden zijn zeer vele, maar laat mij in de hand der mensen niet vallen, 1 Kron. 21:13.' David was zich zo diep bewust vande barmhartigheid van de Heere en de wreedheid van de mensen. Hij wilde met al zijn schuld en zonden de barmhartige straf van God ondergaan, veel liever dan te vallen in de handen van mensen, die van barmhartigheid en genade niet weten als zij eenmaal aan het strijden zijn. Maar Jezus de Barmhartige, de Zondeloze, de Volmaakt Goede, Getrouwe en Liefdevolle Zaligmaker, moest in de wrede handen van mensen vallen om onbarmhartige zondaren te kunnen verlossen van hun ongerechtigheid, o wie van ons kan het heilsgeheim bevatten? Zouden wij niet vol aanbidding vallen aan de voeten van Jezus, Hem omhelzen, onze schuld en zonden belijden en ons voornemen om voortaan alleen nog maar voor Hem te leven?

Jezus wist de weg die Hij gaan moest, Hij was niet overgeleverd aan de omstandigheden. Hij moest deze weg niet gaan omdat Vader Hem daartoe dwong, maar net als de gewillige Izak, zo is Jezus deze weg gegaan. Jesaja zegt het zo mooi: 'Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open, Jes. 53:7.' Hij had alle macht in hemel en op aarde. Hij kon een punt zetten achter Zijn missie, maar heeft het volmaakt volbracht. Zijn besluit stond vast, Zijn wil was geheel onderworpen aan de wil van Zijn Vader, in liefde zou Hij deze weg volbrengen. Zijn missie was om als de eniggeboren Zoon van de Vader, de eerstgeboren Zoon uit de doden te worden om Zijn broers en zussen te verenigen met Zijn Vader. O welk een liefdevolle Zaligmaker is onze Jezus. Als een schaap liet Hij zich slachten, Zijn bloed bracht een einde aan de schaduwen van het Oude Verbond, met Zijn bloed, het bloed van het Nieuwe Verbond, reinigt Hij ons van alle zonden. Dat was het werk dat Hij op Zich had genomen: 'Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen, Jes. 53:11.' Velen zullen er door deze Rechtvaardige, gerechtvaardigd worden. Nu is het voor ons de grote vraag of wij bij die velen horen?

In het Nieuwe Testament lezen we in Hebreeën 10 vers 31: 'Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.' Vreselijk zal het zijn om straks God te moeten ontmoeten en niets te hebben waarachter wij kunnen schuilen. Al onze mooie voornemens, goede werken, diploma's, medailles, onderscheidingen en lofprijzingen van mensen zullen verbleken in het licht dat van Gods aangezicht straalt. Iedere schuilhoek van ons hart, iedere zondige gedachten, iedere daad van ongeloof, eigenwijsheid en het ons niet willen onderwerpen aan God de Vader, zal ons doen sidderen voor Deze God. Welgelukzalig daarentegen zijn zij die hun toevlucht hebben gezocht bij Jezus Christus, de gekruiste en opgestane Levens Vorst. Zij kunnen met Abraham, Izak en Jakob, ja met David en zoveel anderen zeggen: 'Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Ps. 103:8.' Vandaag is het nog niet te laat: Jezus leeft, nog even en Hij zal komen om te oordelen de levende en de doden. Een ieder die nog niet voor Hem heeft gebogen, roep ik op om dat vandaag te doen. Morgen is het misschien te laat. Broeders en zusters in onze geliefde Heere Jezus Christus, wat een Zaligmaker hebben Wij. Vrijwillig heeft Hij het kruis op Zich genomen om ons te Verlossen. Laten wij ons in Hem verblijden terwijl wij uitzien naar Zijn spoedige komst, nog even en wij zullen voor altijd met Hem Zijn. Prijst de Vader, prijst de Zoon, verheerlijk onze God want Hij is het zo waard. Glorie Hallelujah.

Gesproken tekst: https://www.youtube.com/watch?v=JWUc3sPjf0o



Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl

Henny
Beheerder
 
Berichten: 17519
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron