Woorden van Jezus – Opdat wij hun geen aanstoot geven

Woorden van Jezus – Opdat wij hun geen aanstoot geven

Berichtdoor Henny » Zo 14 Apr 2019, 09:19


'En als zij te Kapernaüm ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet? Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden? Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij. Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u, Matth. 17:24-27.'


In gedachten verplaatsen wij ons naar de zee van Tiberias en nemen een kijkje in het plaatsje Kapernaüm. De plaats die de Heere Jezus verkozen had tot Zijn woonplaats nadat hij in Nazareth was opgegroeid. Het is de plaats waar Mattheüs, de schrijver van het eerste Evangelie, als ook de schrijver van de geschiedenis die we nu overdenken zijn tollenaarsbestaan achter zich liet om Jezus te volgen.

We zien een man lopen, in zijn hand heeft hij iets dat lijkt op een hengel. Het is Petrus, hij loopt naar de waterkant, zoals hij zo vaak heeft gedaan als visser, wonend in deze plaats. Maar vandaag gaat hij anders op het water af dan op andere keren. Zijn hoofd is vol gedachten, hij Petrus, door Jezus geroepen vanachter de netten om een visser van mensen te worden, is nu door Jezus naar de waterkant gestuurd om een vis te vangen. Een aantal maanden was hij samen met Jezus en de andere discipelen op pad geweest, nu ze weer teruggekomen zijn in Kapernaüm, waren er mannen gekomen die Petrus vroegen of Jezus de didrachmen ook betaalde. Zoals gebruikelijk betaalde iedere man van twintig jaar oud en daarboven een jaarlijkse bijdrage, de didrachmen, wat gelijk stond aan een halve stater. Deze bijdrage was geen belasting aan de Romeinen maar werd geïnd door de Joden ten behoeve van de tempel. Het was een traditie geworden in navolging van het gebod dat gegeven werd bij de bouw van de Tabernakel. In Exodus 30 lezen we dat iedere getelde van twintig jaar en ouder, het geld ter verzoening moest afdragen. Petrus die al langere tijd met Jezus was opgetrokken en wist dat ook Hij Zijn bijdrage jaarlijks afdroeg, antwoorde bevestigend. Daarna ging Petrus het huis binnen en voordat hij ook maar iets aan Jezus had kunnen zeggen of vragen, vroeg Jezus naar Petrus gedachten rond de te betalen belastingen aan de koningen. Jezus vroeg wie er nu precies verplicht waren de belastingen te betalen, de vreemden of de zonen. Voor Petrus was dat duidelijk, de vreemden natuurlijk. Jezus had geantwoord: 'Zo zijn dan de zonen vrij.' 'Maar', zo vervolgde Jezus; 'opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.'

Daar liep Petrus nu, wat zal er in zijn gedachten om zijn gegaan? Ja de koningen der aarde die vroegen hun belastingen van de vreemden en niet van hun eigen kinderen. De zonen die zijn vrij, was Jezus niet de Zoon van God en had Hij de Tempel niet het huis van Zijn Vader genoemd? Wat een bijzondere situatie eigenlijk, Mozes had op bevel van God het verzoeningsgeld gevraagd, nu was het een traditie geworden, maar moest Jezus, de Zondeloze, verzoeningsgeld betalen? Jezus, Het Lam Gods, gekomen om verzoening te doen voor de mensen had het huis van Zijn Vader gezuiverd van de koophandelaren en gezegd: 'Breek deze tempel, en in drie dagen zal Ik dezelve oprichten (Joh. 2).' Hij had gesproken van Zijn Lichaam dat gebroken zou worden op het vloekhout van Golgotha en na drie dagen weer op zou staan uit de dood. Jezus Zelf was de tempel in Wie God de Vader Zijn welbehagen had. Nee, Jezus hoefde als Zoon van God geen belasting te betalen voor een tempeldienst die spoedig ten einde zou komen. Jezus zou de schaduw van de bloedige offers vervullen om verzoening te brengen voor allen die in het geloof naar Hem hadden uitgezien en voor hen die in Hem zouden geloven. Maar, hoewel Jezus niets verplicht was, wilde hij geen aanstoot geven. Hij was er niet op uit om wantrouwen te zaaien. Ook vroeg Hij niet naar Judas die het beheer over de kas had, nee de persoonlijk te betalen bijdrage werd niet gehaald uit de gezamenlijke kas. Jezus, Die alle macht heeft in hemel en op aarde gaf Petrus het bevel om een vis te gaan vangen en de eerste vis die hij zou vangen zou een stater in de bek hebben. Die stater was genoeg om de traditionele belasting te betalen voor Jezus en voor Petrus.

Hoe groot is onze God, Wie is gelijk aan onze Heiland? O HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op heel de aarde! David heeft zo treffend gedicht in de 8e Psalm: 'Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond? Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet; Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds. Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeën doorwandelt, O HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! vers 5-10.' Daar gaat een vis, voor het oog van de mensen gewoon een vis die een willekeurige route zwemt, en toch is er een almachtige God Die deze vis bestuurt, een stater in de bek laat nemen en naar de plaats doet zwemmen waar een man vol verwachting zit te wachten. Het is Petrus, zijn hengel hangt boven het water, ja hij heeft beet, slaat aan en vol verwondering, stille aanbidding en ontzag neemt hij de bijzondere vangst in handen. Hoe groot is onze God, Wie is aan Hem gelijk?

Petrus, geroepen om een visser van mensen te zijn, heeft door al deze bijzondere situaties moeten leren om niet op eigen inzicht te vertrouwen maar op God en God alleen. Lieve vrienden, Jezus is nog Dezelfde. Ook vandaag roept Hij op om ons vertrouwen op Hem te stellen. Hij is niet gekomen om te veroordelen maar om te behouden, Hij is niet gekomen opdat wij geërgerd zouden worden maar opdat wij ons vertrouwen op Hem zouden stellen. Allen die dat doen, zijn nog nooit beschaamd uitgekomen. Ook vandaag bestuurt Hij de vissen in de zee, de dieren op het land en de mensen, hoe vijandig soms ook, zijn niets dan instrumenten in Zijn hand en kunnen zover gaan als Hij het toelaat. Soms lijkt het alsof de wereld aan haar lot is overgelaten, de zonde en ongerechtigheid neemt alleen maar toe, dood en verderf is het nieuws van alle dag en toch, er is een God. Hij regeert, ja Hij heeft alle macht in hemel en op aarde. Nog even en alle oog zal Hem zien en alle knie zal zich voor Hem buigen.

Wat een bijzondere geschiedenis, Jezus had gezegd in Mattheus 12 vers 6: 'En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.' En toch betaalde Hij de belasting zoals alle anderen dat deden. Later geeft Hij onderwijs over het betalen van dat wat wij schuldig zijn aan de overheid. Nee, Jezus heeft ons niet opgeroepen om ons te verzetten tegen de burgerlijke wetten, instellingen en tradities die niet ingaan tegen het Woord van God. Hij is gekomen om ons te verlossen van de gebondenheid aan de zonden, ja over te zetten vanuit de duisternis in het Licht. Hij betaalde de tempelbelasting opdat het schaduwachtige bloed zou vloeien totdat Hij Zelf als het Lam Gods geslacht zou worden om te betalen met Zijn bloed wat wij verschuldigd waren. De schuld tussen een zondig mens en een heilig en rechtvaardig God kan niet verzoend worden met zilver of goud maar alleen door het schuilen achter het bloed van Jezus Christus, de Zoon van de Levende God.

Als Jezus is gestorven, begraven, opgestaan en opgevaren naar de hemel, vanwaar Hij spoedig komen zal, zegt Petrus het zo mooi: 'Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam, 1 Petr. 1:18,19.' Vrienden, kent u deze Jezus? Gelooft en vertrouwt u dat u al uw zonden vergeven zijn omdat Hij voor u de dood is ingegaan? Zo niet, maak dan ernst, haast u en spoed u om uws levens wil, nu is het nog niet te laat. Het bloed van het Lam is nog beschikbaar. Er is hoop, want Jezus leeft en Hij roept ook vandaag: 'Komt herwaarts tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.'

Broeders en zusters in onze geliefde Heiland. Wat een wonder van genade dat wij in Deze Jezus het leven mochten vinden. God heeft onze ogen geopend voor onze ellendige toestand buiten Hem, Hij liet ons Zijn liefde zien en heeft ons getrokken, gewassen en gereinigd door het bloed van het Lam. Nu mogen wij in navolging van Jezus de mensen om ons heen dienen door de liefde. Wij worden opgeroepen om in Zijn voetstappen te wandelen. Hij was er niet op uit om mensen aanstoot te geven. We kunnen dit ook vertalen met ergeren. Nee Jezus wilde toen en ook nu het vertrouwen winnen van kinderen en volwassenen wie wij ook zijn, wat wij ook geleerd, goed of fout gedaan hebben, Hij is ons vertrouwen waard. Wij mogen mensen winnen voor het evangelie, laten wij bidden dat God ons steeds de liefde, het geduld de wijsheid en de passie geeft zodat mensen niet geërgerd worden maar getrokken tot onze Heere Jezus Christus. Zalig zij die aan Hem niet geërgerd worden (Luk 7:23). Amen.


Gesproken tekst: https://www.youtube.com/watch?v=ElDtDtSeXRs



Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl

Henny
Beheerder
 
Berichten: 17519
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron