Woorden van Jezus – Een ding ontbreekt u

Woorden van Jezus – Een ding ontbreekt u

Berichtdoor Henny » Zo 16 Jun 2019, 09:04


'En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! Wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe? En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog? Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen, Matth. 19:16-22.'


Nadat de Heere Jezus de kinderen gezegend heeft, zien we een jonge man tot Jezus komen. Het is een overste, een belangrijk persoon en hoewel hij zelf al op jonge leeftijd een hoge positie bekleed, spreekt hij Jezus met respect aan als; "goede Meester". Uit deze woorden blijkt dat hij Jezus ziet als een goede leermeester, iemand waar hij van kan leren. Hij vraagt: "Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?" Het getuigt voor deze jonge man dat hij ondanks zijn goede positie maar al te goed beseft dat er meer is dan dat wat wij nu zien en beleven. Er is een eeuwig leven, een heerlijkheid die God belooft aan allen die Hem vrezen. Hij is erom verlegen te weten hoe hij daar deel aan krijgt. "Wat moet ik doen?" zo klinkt zijn vraag. Een vraag die helaas maar al te weinig gesteld wordt.

Jezus antwoord: "Wat noemt gij mij goed?" Hij weet dat deze jongeman Hem erkent als een goede leerraar maar niet als God, gekomen om zondaren zalig te maken. Daarom zegt Hij: "Niemand is goed dan God alleen." Net als Nicodemus, die eens tot Jezus kwam, in het besef dat Hij van God gezonden was, moest ook deze jongeman leren dat het ingaan in het Koninkrijk der hemelen op geen andere wijze mogelijk is dan door Jezus alleen. Terwijl we in Markus 10 en Lukas 18 lezen dat Jezus zegt: "Gij kent de geboden", schrijft Mattheus: 'Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.' Jezus laat hier uitdrukkelijk zien dat zij die zich aan de geboden van God niet storen, geen deel zullen hebben aan het Koninkrijk der hemelen. Hij noemt hem de bekende geboden: "Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en moeder," Markus schrijft: "gij zult niemand tekort doen", waarbij we het gebod om niet te begeren wat van een ander is, ook omschreven zien. Hoewel de Heere Jezus uit de tien geboden de laatste vijf geboden omschrijft die gericht zijn op de naaste, vat hij ze ook nog eens samen door te zeggen: 'Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.' Want als wij onze naaste liefhebben dan zullen wij hem of haar niet doden, dan zullen wij als man niet de vrouw van een ander nemen of als vrouw niet met een andere man overspel bedrijven, we zullen niet stelen omdat het een ander toebehoort, we zullen niet vals getuigen tegen een ander omdat de ander daardoor te kort wordt gedaan, onze vader en moeder eren wij uit liefde en respect, zij gaven ons het leven en namen ons bij de hand terwijl wij ontwikkelden tot volwassenen.

De wet van God is geen gevangenis maar een openbaring van Gods liefdevolle karakter dat ons wil onderwijzen om te wandelen in gerechtigheid. Paulus zegt in lijn met het Oude Testament en het onderwijs van Jezus: 'Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven. De liefde doet den naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet, Rom. 13:9,10.' In Galaten 5 zegt hij: 'Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven, v14.'

Na deze woorden van Jezus klinkt het antwoord van de jongeman: "Al deze dingen heb ik vanaf mijn jonge jaren onderhouden, wat ontbreekt mij nog?" Deze respectvolle jongeman kijkt terug op zijn leven, maakt de balans op en komt tot de conclusie dat hij deze geboden niet heeft overtreden.

We zouden kunnen zeggen, dat wij vandaag een voorbeeld kunnen nemen aan deze jongeman. Wie van ons heeft altijd de naasten liefgehad als onszelf, de ouders gerespecteerd, de naasten niet tekort gedaan, geen vals getuigenis gesproken, geen overspel gedaan en niet gestolen of gedood? Als we nu even niet ingaan op de geestelijke diepte van deze geboden, waarbij we moeten bedenken dat haten als doodslag gezien moet worden, en met overspelige gedachten naar een vrouw kijken alreeds overspel is, dan nog zullen niet veel van ons met de jongeman kunnen zeggen geen van deze geboden overtreden te hebben. Met andere woorden, we hebben hier een oprechte jongeman, vol respect voor Jezus, een onberispelijk leven en geen onverschillige houding als het gaat om het toekomende. Kortom een man die we graag als buurman of vriend zouden willen hebben. Maar wat ontbreekt hem dan nog?

Vrienden, wat een diepe les ligt er in de ontmoeting van deze voortreffelijke man met de Zaligmaker van de wereld. Want juist door deze ontmoeting zien we dat er nog iets heel fundamenteels ontbreekt aan het leven van deze man. Want naast deze overste, die waarschijnlijk een jood was, zijn er ook boeddhisten, moslims, christenen, en anderen, die hetzelfde zouden kunnen zeggen: "Al deze dingen heb ik van mijn jonge jaren onderhouden, wat ontbreekt mij nog?" Hoewel de samenleving gezegend zou zijn met dit soort mensen, klinkt het antwoord van Jezus: "Een ding ontbreekt u." (Mark. 10:21)

Want hoe vol liefde we ook kunnen zijn naar onszelf en onze naasten, als wij God niet liefhebben met heel ons hart en Hem niet op de eerste plaats stellen, dan ontbreekt het ons ten diepste aan alles. Want God liefhebben boven alles en onze naasten als onszelf is de samenvatting van heel de wet en de profeten. De wet en de profeten hebben dit onderwezen en door hen te bestuderen ontdekken wij dat we God alleen kunnen liefhebben door Jezus Christus, de Zaligmaker der wereld. Daarom zegt Jezus tot de jongeman: 'Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.' Je hebt een goed karakter, je bent een respectabel persoon, je zoekt het eeuwige leven, ga dan heen, verkoop alles wat je hebt, geef het aan de armen. Als je dat doet dan zul je een schat hebben in de hemel, kom dan, neem het kruis op en volg Mij.

Petrus en Andreas, de vissers uit Galilea, hebben eens de roep gehoord: 'Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken, Matth. 4:19.' Zij verlieten alles en volgden Jezus. Zo ook Mattheus de schrijver van het Evangelie, hij zat in het tolhuis terwijl Jezus langskwam en hem riep: 'volg Mij, Matth. 9:9.' Hij stond op, liet zijn tollenaarsbestaan achter en volgde Jezus. Het hele evangelie getuigt van de noodzaak om Jezus te volgen, wat het ook mag kosten.

Maar deze jongen, hoe voortreffelijk ook zijn getuigenis klonk, hoe hoog zijn positie ook was, met al zijn respect voor Jezus en zijn zoektocht naar het eeuwige leven, had toch niet zoveel liefde tot Jezus als Petrus, Andreas, Mattheus en vele anderen. Hij hoorde de boodschap van Jezus en ging weg, verdrietig; 'want', zo staat er, 'hij had vele goederen.'

Hoewel hij Jezus zag als de goede Meester, was het toch teveel van het goede om al zijn goed achter te laten en Jezus te volgen. Er was iets in zijn leven dat waardevoller was dan Jezus. Het ontbrak hem nog aan dat ene ding, namelijk de waardeloosheid inzien van het tijdelijke in het perspectief van het eeuwige en de heerlijkheid van Jezus Christus zien in Wie Hij is, en wat het doel was van Zijn komst naar deze aarde.

Een ding ontbreekt u... Je bent er bijna... Maar bijna, is te kort... Op wie of wat stellen wij ons vertrouwen? Hoe meer we hebben, hoe moeilijker het is om het los te laten. En toch, als ons oog valt op Jezus en we in Hem de Zaligmaker ontdekken Die wij zo nodig hebben, dan worden de grootste schatten waardeloos, dan wordt onze kennis dwaasheid, dan schiet ons inzicht tekort en kunnen we niet anders dan alles achter laten om Hem te volgen. Vrienden, leer van deze jongeman dat al uw goede daden tekortschieten als u Jezus niet volgt. Zoek Jezus, leer Hem kennen, ontdek hoe vol waarde Hij is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is en laat u zaligen. Amen.


Gesproken tekst: https://www.youtube.com/watch?time_cont ... Yx1571HwM8


Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl

Henny
Beheerder
 
Berichten: 17519
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron