De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden

De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden

Berichtdoor Henny » Zo 07 Jul 2019, 08:37


Woorden van Jezus – De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden

'Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeüs tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter-, en de ander tot Uw linkerhand in Uw Koninkrijk. Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter-, en tot Mijn linkerhand, staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader. En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders. En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar; En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht. Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen, Matth. 20:20-28.'


Velen eersten zullen de laatsten zijn, zo onderwees Jezus Zijn discipelen, om hen te leren nederig te zijn en te beseffen dat zij die Jezus volgen een God dienen die vrijmachtig is te doen wat Hij wil. Voor de derde keer sprak Hij met hen over Zijn aanstaande lijden en sterven. 'Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen; En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan, Matth. 20:18,19.' Opnieuw kregen zij te horen dat hun Meester door een weg van vernedering, bespotting, lijden en sterven zou moeten gaan maar ook dat Hij zou opstaan uit de dood. Wat zal er door de harten van de discipelen zijn gegaan? Hun Meester, Hij op Wie zij al hun hoop hadden gezet, Hij Die hen zou verlossen van de Romeinse overheersers, zou Hij door de overpriesters en de Schriftgeleerden worden overgeleverd om te sterven? Eens had Petrus, de vurige volgeling van Jezus, Hem bestraft toen Hij sprak over Zijn aanstaande lijden. Nu in aansluiting op Jezus woorden zien we Jakobus en Johannes met hun moeder tot Jezus komen. We weten dat Petrus met Jakobus en zijn broer Johannes, de drie discipelen waren die het dichtst bij Jezus stonden. Op de een of andere manier beleefden zij een intiemere omgang met Jezus dan de anderen en toch weerhield dat hen niet van trots en eerzucht zoals we zien in de tekst van onze overdenking.

'Meester, wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.' Zo lezen we in Markus 10, hieruit blijkt dus dat de begeerte niet zozeer bij hun moeder vandaan kwam maar dat zij hun moeder voor hun karretje spanden om hun begeerte met Jezus te delen. Jezus vraagt hen wat zij van Hem begeren. Waarop zij te kennen geven dat zij willen zitten aan Zijn rechter en linkerhand in Zijn heerlijkheid. Dan krijgen deze twee lieve vrienden van Jezus een onderwijzing zoals zij eerder ontvingen. Het was die keer dat ze samen met Jezus reisden en niet welkom waren in de herberg van de Samaritanen. Jakobus en Johannes, de "zonen des donders," vroegen Jezus of zij vuur van de hemel moesten laten neerdalen om deze Samaritanen te verslinden. Jezus zei hen toen: 'Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt, Luk.9:55.' Ook nu blijkt dat zij nog niet de diepe les van zelfverloochening geleerd hebben. Zij willen gezien worden in het Koninkrijk van hun Meester, zij willen geëerd worden als regeerders. Jezus zegt hen: 'Gij weet niet wat gij begeert.' Met andere woorden, jullie weten echt niet waar jullie het over hebben, jullie spreken over een Koninkrijk maar hebben niet in de gaten dat het er anders uit zal zien dan jullie voor ogen hebben en ook beseffen jullie niet dat de ingang in dat Koninkrijk niet anders zal zijn dan door een weg van lijden en sterven. 'Kunt gij de drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met de doop gedoopt worden, waar Ik mee gedoopt word? Mark. 10:38.' Met andere woorden, kunnen jullie het lijden ondergaan dat Ik zal moeten ondergaan en zullen jullie standvastig blijven zelfs tot in de dood? Beseffen jullie wat het zeggen wil om bespot, geslagen en gedood te worden omwille van het Koninkrijk der hemelen? Volmondig antwoorden ze: 'Wij kunnen.'

We proeven hier nog steeds de geest van het eigen ik, de vaste overtuiging, de wil en vastberadenheid met daarbij het gebrek aan zelfkennis en afhankelijkheid in nederige onderworpenheid, waarbij de liefde tot Gods eer sterker is dan het verlangen naar eigen eer. Hoewel zij lievelingen van Jezus waren, moesten zij de diepe les van sterven aan het eigen ik nog leren. Zij moesten nog zien hoe Christus, als de van God Gezalfde, de dood moest overwinnen, opdat ook zij de kracht van Zijn opstanding, dwars door de dood heen zouden gaan ervaren. Het was waar, ook zij zouden straks de drinkbeker drinken en gedoopt worden met de doop zoals Jezus. Van Jakobus weten we dat Herodus hem met het zwaard gedood heeft (Hand. 12:2). En Johannes is verbannen geweest op het eiland Patmos, waar Hij de Openbaring van Jezus Christus heeft ontvangen, terwijl zij hem in Efeze hebben willen doden in kokende olie. Wat een drinkbeker hebben zij moeten drinken, maar in dat alles hebben zij als meer dan overwinnaars de goede strijd gestreden, het geloof behouden en zullen straks samen met een ontelbare schare voor altijd de heerlijkheid genieten die bereid is voor allen die Jezus liefhebben.

Wat moeten diegenen die Jezus volgen toch veel leren. De grote les die we iedere keer weer tegenkomen, is die van verloochening, minder worden, de ander hoger achten dan onszelf. Onszelf onderwerpen aan de wil van God de Vader moet voor ons het hoogste doel worden, zo alleen kunnen wij Jezus voetstappen drukken. Dat betekent voor ons allen smaadheid dragen en voor sommigen van ons betekent dat zelfs sterven om Zijns Naams wil, maar, hoe groot is het dat Zijn liefde in dat alles sterker is dan de angst voor pijn en dood. Wij zien over het tijdelijke heen, met al haar mogelijke lijden op dat heerlijke dat ons bereid is door Hem Die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde.

Jezus zegt eenvoudig dat alleen zij die het bereid is, gegeven zal worden te zitten aan de rechter en linkerhand van Jezus. Met andere woorden, zij die volharden tot het einden zullen zalig worden en delen in de heerlijkheid die straks geopenbaard zal worden.

De overige discipelen reageren verontwaardigd en hoogstwaarschijnlijk door jaloersheid gedreven op Jakobus en Johannes. Jezus roept hen tot de orde en zegt: 'Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar; En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.' Worden als een kind, om eenvoudig te geloven en te volgen om vervolgens niet op te klimmen tot heersers maar dienaars te worden en te blijven om straks de eer en glorie van God te ontvangen die Hij toebedeelt. De gelovige moet niet zoeken naar eer en aanzien maar er op uit zijn om in alles God te eren en het goede voor de naasten te zoeken, waarbij vaak de rol van dienaar vervult zal moeten worden. Jezus Zelf heeft ons het voorbeeld gegeven. 'Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen, Mark. 10:45.' Hij de Schepper van hemel en aarde, die spreekt en het is er, heeft Zichzelf vernederd door mens te worden als wij. Hij die met één woord een einde kon maken aan het lijden dat Hem overkwam, onderging het gewillig omdat het de weg was waardoor zondaren met Vader verzoend zouden worden. Jezus diende een hoger doel en zo mogen wij Zijn voetsporen volgen en ons richten op dat hoge doel, de eer van Vader en de zaligheid van onze naasten.

Dat betekent dat wij in de eerste plaats met al onze schuld en zonden, ongeloof en opstand tegen God, moeten komen tot onszelf en de balans moeten opmaken. In het besef dat het onze zonden zijn die scheiding maken tussen een heilig God en ons, mogen wij de toevlucht nemen tot het offer dat Jezus Christus bracht aan het vloekhout van Golgotha. Wij mogen reageren op Zijn roepstem die zegt: 'Volg Mij.' Wij mogen ons kruis opnemen en worden als een dienstknecht. Door het geloof in het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus mogen wij onszelf verzoend weten met God onze Vader, om nu te leren volgen als een kind en te handelen als een dienstknecht. Het gaat er niet om of iedereen ons aardig vindt. De wereld schets ons het beeld dat alleen zij die stoer zijn, of leuk en mooi, ja zij die geleerd zijn en diploma's hebben ertoe doen, maar God de Vader leert ons door Zijn Woord dat wij van waarde zijn, zo waardevol dat Hij Zijn Zoon voor ons gaf. Vrienden, zie omhoog, en laten wij de les van Jezus leren. Hij kwam om te dienen, laten ook wij elkaar dienen door de liefde. Amen


Gesproken tekst: https://www.youtube.com/watch?v=PM9OoRE-XqI


Wilco Vos

https://www.bijbelseoverdenkingen.nl

Henny
Beheerder
 
Berichten: 17519
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron