Woorden van Jezus - Groot is uw geloof

Woorden van Jezus - Groot is uw geloof

Berichtdoor Henny » Zo 27 Jan 2019, 10:55


'En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon. En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten. Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na. Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij! Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen. En zij zeide: Ja, Heere! Doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren. Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure, Matth. 15:21-28.'

Na de woordenwisseling rond het eten met ongewassen handen, laat Jezus als de Goede Herder Zijn kudde als het ware even achter en vertrekt naar het gebied van de heidenen. Daar in de omgeving van Tyrus en Sidon gaat Hij een huis binnen en wil niet dat iemand weet dat Hij daar is. Wat is het goed om momenten van rust te nemen, even niet in de volle wind maar in de luwte, even uit het rumoer in de stilte. Jezus, de Goede Herder, de Zoon van God, God en mens in één persoon, geeft ons hierin het voorbeeld. Wij kunnen niet verwachten vruchtbaar te zijn als we constant aan het werk, in gesprek of onder spanning staan. De stilte hebben wij nodig om te luisteren naar Gods stem, Zijn Woord te lezen en Hem te aanbidden met dank en gebed. Volgens Markus was het echter niet voor lang dat Jezus verborgen kon blijven.

Daar klinkt een stem: 'Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.' Het is een vrouw, een heidense vrouw die Jezus aanroept als de Zoon van David. Hoe wonderlijk, het rumoer van Farizeeërs, Schriftgeleerden en andere Joden die Jezus bekritiseerden, klinkt als het ware nog in de oren als daar uit de mond van een heidense vrouw, de Zoon van God als de Gezalfde wordt erkend. Een vrouw met een schreeuwend moederhart in diepe nood vanwege haar dochter die van de duivel bezeten is. O hoe verschrikkelijk om haar dochter zo te zien lijden en niemand die haar kan helpen. Haar hart is opgesprongen toen ze hoorde van Jezus, Jezus was in haar nabijheid, zou ze dan tot Hem niet de toevlucht nemen? De lijdende moeder, die haar dochter zo liefheeft, zoekt ontferming bij Hem Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde.

Maar Hij antwoordde haar niet één woord...

Wat een stilte, een zwijgende Jezus. Alle macht in hemel en op aarde en dan toch geen teken van medelijden of ontferming. Wat zal er door het moederhart zijn heengegaan? Misschien kent u het wel, een grote nood, een diep verlangen, een schreeuw tot God, en toch blijft het stil. Het getob duurt voort, de stilte is hartverscheurend. Juist in deze weg wordt het geloof beproefd, als het ware stelt God door de stilte heen de vraag: 'Is het echt om Mij te doen, is er echt geloof dat zich op Mij verlaat?'

Gelukkig zijn er nog discipelen, de volgelingen van Jezus, misschien kunnen zij een handje helpen? Maar ook deze hoop wordt de grond ingeboord. Hoor hen spreken: 'Laat haar van U; want zij roept ons na.' Nee, veel meeleven krijgt ze van hen niet, ze zien haar als een lastige vrouw die de rust verstoord. Dan klinkt Jezus stem: 'Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.' Zoals Jezus Zijn discipelen in Mattheüs 10 de opdracht gaf om niet naar de heidenen te gaan maar in de eerste plaats tot de verloren schapen van het huis Israëls, zo geeft Hij ook hier te kennen dat Zijn eerste roeping lag bij het uitverkoren volk. Later zou het heil ook de heidenvolken bereiken.

Deze vrouw staat erbuiten, ze behoort niet tot de uitverkorenen. De deur lijkt als het ware voor haar neus dicht te gaan. Wat een toestand, een machtig God, een Genezende Zaligmaker en dan niet welkom.

Wat nu te doen? Weglopen, boos worden, weerwoorden, vloeken of schelden? Nee, ze valt op haar knieën aan de voeten van Jezus en zegt: 'Heere, help mij!' O wat een nood, wat een verlangen klinkt er in deze woorden. Zo'n bidder kan toch niet in de kou gelaten? Maar hoor wat Jezus antwoord: 'Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.' Deze vrouw begreep de boodschap, de kinderen, dat zijn de uitverkorenen, het volk van God en de hondekens? Ja, daar wordt op haar gedoeld. Het is mooi om op te merken dat Jezus haar niet omschrijft als een hond zoals de Joden dat gewend waren te doen als zij over heidenen spraken. Jezus noemt haar een hondeke, het woord dat gebruikt werd voor de gezelschapshondjes. Markus omschrijft het als volgt: 'Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe. Markus 7:27.' Ze put hoop, want als de kinderen eerst verzadigd worden, zal er dan voor haar ook nog wat overschieten? We zouden haast geloven dat ze bekend was met de Schriften en weet dat God Abraham beloofd had dat in hem alle geslachten gezegend zouden worden (Gen 12:3). Hoe het ook zij, ze laat zich niet ontmoedigen, al wordt ze dan een hondeke genoemd, ze zal niet gaan voordat ze gezegend wordt. Daar klinken haar woorden vol hoop en verwachting: 'Ja Heere! Doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren.' Met andere woorden, "Ja Heere, het is goed dat u hen zegent, maar zegen ook mij, ja ook mij."

Wat een les krijgen wij hier van deze vrouw. Vaak wordt er geworsteld met vragen als: "wat is geloof?" "hoe kunnen wij geloven?" en "mogen wij geloven?" Deze vrouw laat zien wat geloof is. Hoewel alles haar tegen lijkt te zijn. Haar oog blijft gericht op Jezus, één ding verlangt ze en dat is Zijn zegen. Haar geloof wordt beproefd, eerst een stilzwijgen en dan een boodschap waarmee ze op de tweede plaats komt te staan. Ze behoort niet tot het uitverkoren volk, ze kan wel gaan maar nee, ze volhardt tot het einde en zalig zijn de woorden die dan klinken uit de mond van Jezus de Bron van alle goed: 'O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.'

Groot is uw geloof, waaruit bleek dat dan? Ze zag Jezus als de Zoon van David, ze zocht tot Hem de toevlucht, ze accepteerde Zijn stilzwijgen en vernederede zich onder Zijn hand door te buigen onder Zijn woorden. En zoals we lezen in Jakobus 4 vers 10: 'Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.' Is ook voor haar de tijd gekomen dat Jezus haar verhoogt. 'U geschiede, gelijk gij wilt.' Markus beschrijft: 'En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren, 7:9.' Haar geloof was beproefd en is als goud tevoorschijn gekomen. Nu mag ze naar huis want de duivel is uit haar dochter uitgevaren. Hier geen Jezus die handen oplegt of duivelen bestraft en toch lezen we: 'En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.' Wat een macht heeft onze Jezus. De vrouw gaat naar huis, wat zal er door haar zijn heengegaan. Nu had ze de belofte van herstel ontvangen, maar wat zou ze thuis aantreffen? 'En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed, Markus 7:30.' Wat een gelukkig stel, wat zullen ze gehuild, gelachen en gehuppeld hebben. In gedachten zie ik ze elkaar omhelzen terwijl de tranen de vrije loop hebben, wat een vreugde heeft hier het huis vervuld. De satan die zo lange tijd het huis en hart en lichaam gekweld heeft is geweken, want Jezus is Heere!

Lieve vrienden, wat uw strijd ook is, zie op Jezus en laat Zijn kracht uw zwakheid overwinnen. Laat Zijn Woord uw troost zijn en mocht Hij u beproeven met een stilzwijgen of een knak aan uw hoogmoed, houd aan grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven. Nog nooit is iemand weggezonden, die het heil bij Jezus zocht. Als u Hem nog niet kent, neem dan vandaag de toevlucht, nu is het nog niet te laat. Belijd uw zonden, de zonden van ongeloof, ongehoorzaamheid en opstand, laat u zaligen, verlossen en bevrijden, wassen en reinigen. En broeders en zusters, u die geloven mag dat Zijn bloed u reinigt van al uw zonden, houd moed en wankel niet als de strijd soms zwaar is. Laat God voor u strijden en geniet Zijn zegen. Als u worstelt met zonden, verstrikkingen en verslavingen, neem dan de toevlucht tot Jezus uw Heere en laat Hem niet los voordat Hij u zegent met volkomen bevrijding. Dan zullen ook voor u de woorden; 'U geschiede gelijk gij wilt' in vervulling gaan. Hallelujah.

Wilco Vos


https://www.bijbelseoverdenkingen.nl




Henny
Beheerder
 
Berichten: 17500
Geregistreerd: Wo 21 Jan 2009, 17:45

Terug naar Weekoverdenking

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast